Geschiedenis

Het begin
We schrijven begin maart 1926 als, ergens in Gouda, vier personen de handen ineenslaan. Hun streven is het oprichten van een visvereniging waarin niet de drankfles maar de hengelsport centraal staat. Twee begrippen die destijds nogal eens met elkaar werden verwisseld. De mannen in kwestie zijn achtereenvolgens: de heer J. Bennis, kantonnier bij Rijkswaterstaat, de heer J.H. de Vries, bedrijfsleider bij een confectiefabriek, vervolgens ene ‘Ome Cor’, eigenaar van een sigarenwinkeltje aan de Van Persijnstraat en tenslotte een helaas onbekend gebleven persoon. Bij een notaris in Boskoop wordt alles vervolgens wettelijk vastgelegd en nog in hetzelfde jaar is de vereniging bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. De jaarlijkse contributie bedraagt een rijksdaalder. De contributie mag in termijnen betaald worden aan een bode die maandelijks aan de deur langskomt. De nieuwe vereniging wil nog niets weten van concoursvissen en richt zich uitsluitend op het pachten van goed viswater, hetgeen direct uit de naam van de vereniging ‘Vischwaterpachting’ valt af te lezen.

De VWP gaat van start met ongeveer twintig leden, waarvan de meesten gewoon met de vaste hengel vissen. Een enkeling gaat ook wel ‘met de rol’ op pad om de snoek te belagen. De beginjaren van de VWP zijn weinig spectaculair en via de Afdeling Gouda is men al spoedig opgenomen in het Centraal Nederlands Hengelaars Verbond (CNHV), dat is opgericht op 1 november 1922.

De jaren voor de Tweede Wereldoorlog
In het jaar 1933 komt de VWP onder voorzitter N.C. Wiezer op eigen benen te staan. Uit de bestuursverslagen is te lezen dat de ´vereeniging´ hiervoor ƒ 15,- aan administratiekosten aan het CNHV verschuldigd is. In oktober 1935 wordt begonnen met het maken voor een nieuw verenigingsreglement. Hiervoor vraagt men inlichtingen bij zusterverenigingen te Rotterdam, Leiden en Alphen. In januari 1936 heeft de vereniging een nieuw ‘Reglement van de Goudse Hengelaarsvereeniging Vischwaterpachting’. In dit reglement stelt de vereniging zich als doel: ‘Bevordering der Hengelsport en bevordering der belangen harer leden in het bijzonder’.

Het eerste lustrum van de vereniging wordt vrij sober gevierd met een viswedstrijd aan de Breevaart. De dan nog zeer jeugdige L. de Vries - de huidige penningmeester - weet hierbij een tweede prijs in de wacht te slepen. Tot het eerste gepachte viswater van de VWP behoren een aantal polderweteringen aan het eind van de Bloemendaalseweg en twee coupures van de Gouwe. Dit laatst genoemde water wordt gepacht van dhr. Slappendel, broodvisser te Boskoop.

Bestuurslid en mede- oprichter dhr. J.H. de Vries woonde destijds met zijn gezin aan de Voorwillens. Hij was in 1936 secretaris van de vereniging en onderhield goede contacten met de omliggende boeren (o.a. Duis en Rijkelijkhuizen). Mede dankzij hem weet de VWP in de loop van de dertiger jaren grote delen van de polder Willens in pacht te krijgen. De huidige woonwijk Oosterwei bestond toen nog niet en tussen de uitgestrekte weilanden en tuinderijen lagen veel visrijke weteringen. De drie putten aan de voet van de Goejan Verwelledijk bevonden zich op het land van verschillende boeren. Zo was de Eerste Put eigendom van een boer met de gloedvolle bijnaam ‘de Spreeuw’. De Tweede Put, destijds ook wel ‘Grote Put’ genoemd, was in bezit van dhr. Erberveld. Tenslotte behoorde de Derde Put bij het landgoed van de familie Heykoop. Helaas is de exacte pachtdatum van dit water niet meer te achterhalen. Wel valt er in een oud notulenboek te lezen dat de VWP in het jaar 1934 de gevraagde pachtsom voor de Putten nog veel te hoog vindt. Niettemin heeft men drie jaar later toch kans gezien om tenminste een Put te pachten en in 1939 zijn alle Putten onder beheer van de vereniging.

Op verzoek van de leden koopt de vereniging in januari 1939 van een broodvisser 580 stuks karper die uitgezet worden in de Putten gelegen langs de Goejan Verwelledijk. Tevens is er melding over de aankoop van 390 pond voorn en 417 pond brasem. De totale kosten bedragen 58 gulden. Nog geen jaar later vernemen we nogmaals iets over aankoop van pootvis, namelijk 683 karpers met een gewicht van 10 tot 20 pond. Het valt echter te betwijfelen of dit direct al een volgende uitzetting betreft. Het ligt meer voor de hand dat hier een ruimere inschatting is gemaakt van het aantal karpers dat al wordt vermeld in januari 1939. Tenslotte lezen we in 1940 ook nog iets over de aankoop van enkele duizenden stuks snoekbroed. Al spoedig treft de VWP maatregelen om de nieuwe vispopulatie te beschermen tegen de illegale praktijken van stropers. Diep in de bodem van de Grote Put slaat men enkele lange palen die zijn uitgerust met prikkeldraad. Tevens laat men zware tonnen afzinken, gevuld met specie waarin stukken betonijzer zijn verankerd. Dit alles bleek ruimschoots voldoende om de netten van kwaadwillenden kapot te scheuren. Als vergelding sneuvelde er destijds wel eens een ruitje aan de Voorwillenseweg waar de familie De Vries woonde.

Intussen groeit de vereniging in 1936 gestaag door naar 83 leden, terwijl een vergadering in 1937 al melding maakt van 120 leden. De goede onderlinge sfeer wordt nog eens onderstreept als een fors aantal VWP leden zich per fiets naar Schoonhoven begeven om aldaar deel te nemen aan een viswedstrijd.

Over het algemeen worden de meeste vergaderingen van voor de oorlog, gewoon onder het dak van een bestuurslid afgewerkt. Soms echter lezen we ook iets over een gehuurde locatie zoals bijv. ‘Central’, ‘Ons Huis’ en ‘Het Blauwe Kruis’.

In het oude notulenboek zijn ook namen van voorzitters uit die periode bewaard gebleven, nl. de heren N.C. Wiezer 1933, C.J. Donk 1934, J. Bennis 1936 en tenslotte J. van Katwijk 1939.

1940 – 1945
Gedurende de Tweede Wereldoorlog ligt het verenigingsleven nagenoeg stil. Op last van de bezetter is het eenieder verboden om vergaderingen of bijeenkomsten te houden. Vele Nederlandse mannen moeten als dwangarbeider naar Duitsland, onder hen bevinden zich ook een paar bestuursleden van de vereniging. Inmiddels liggen alle officiële verenigingspapieren dan al ergens veilig opgeborgen, wachtend op betere tijden.

Na de oorlog
Direct na de bevrijding bloeit de vereniging weer op als oude vismakkers elkaar, na jarenlange afwezigheid, stevig de hand schudden. De eerste na-oorlogse voorzitter is dhr. A. van den Heuvel, een markante persoonlijkheid, die tevens een hoge rang bekleedde in het Nederlandse leger. Tijdens zijn benoeming als voorzitter van de VWP weet hij veel opzien te baren door in uniform achter de bestuurstafel plaats te nemen. Onder zijn bezielende leiding pacht de VWP achtereenvolgens vrij snel de Ringvaart om de Zuidplaspolder en de Stolwijkse Vaart. Omstreeks 1948 vindt er nogmaals een grootschalige uitzetting van karper plaats in de Tweede Put. De vis is aangekocht bij de Nederlandse Heidemij, de voorloper van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) die pas in 1952 wordt opgericht. Fotograaf Hekker heeft dit spektakel destijds vakkundig op de gevoelige plaat gezet.




Visuitzetting in de Tweede Put in 1948

Van links naar rechts: A. Meijer: bestuurslid, A. de Mol: bestuurslid, J. Bennis: penningmeester, A. van den Heuvel: voorzitter, H. Bulder: bestuurslid.

De KRO-radio zou bij de visuitzetting ook aanwezig zijn, maar door een ongelukkig misverstand kwamen zij pas een week later opdagen voor het maken van een radioverslag. De visuitzetting is toen in scène gezet; tijdens het slaken van kreten als ‘wat een grote’ en ‘daar gaat weer een kanjer’ werd er flink met straattegels in het water geplonsd.
Korte tijd later maakt de huidige penningmeester dhr. L. de Vries zijn officiële opwachting bij de VWP, nadat hij eerst enige jaren als bestuurslid heeft meegedraaid.
Omstreeks 1949 volgt hij dhr. J. Bennis op als penningmeester van de vereniging. De Vries heeft de fijne kneepjes van het vak nog van zijn vader geleerd en zijn benoeming is dan ook een logische keus.

In de vijftiger jaren organiseert de VWP een tweetal lezingen voor haar leden in gebouw ‘De Beursklok’. De lezingen worden verzorgd door twee prominenten van de Nederlandse hengelsport. Op 5 oktober 1954 is Jan Schreiner te gast in Gouda en op 18 mei 1956 is het de beurt aan Rein van Rutten. Markant is dat beide heren dezelfde film vertonen, genaamd ‘Rovers onder water’. Na afloop zijn er lovende recensies te lezen in kranten als Het Parool, Trouw, Goudsche Courant en Het Vrije Volk. Het ledenbestand loopt in die tijd stormachtig op van 160 leden in 1952 naar maar liefst 412 leden in 1956, terwijl de contributie verdubbelde van ƒ 5,- naar ƒ 10,- per jaar. Pootvis wordt vanaf nu altijd bij de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij gekocht zoals bijvoorbeeld op 15 juli 1955; 4000 stuks pootsnoek. Vervolgens 150 kg voorn voor de polder Willens en nogmaals 150 kg witvis voor de Stolwijkse Vaart in april 1956. Via een officieel document uit februari 1955 vernemen we iets over een slepend conflict tussen VWP en een broodvisser uit Waddinxveen, aangaande het vermeende visrecht op een water nabij het Weegje. Uiteindelijk besluit voorzitter van den Heuvel te gaan snoeken in het bewuste water en laat zich met opzet op de bon slingeren. Op deze wijze wil hij een proces afdwingen om alsnog zijn gelijk te halen. Helaas vermeldt het document geen uitspraak van de jury, maar bovenstaand verhaaltje is illustratief voor de handelswijze van deze voormalige Commandant van een afdeling Artillerie van het Nederlandse leger.

Precies een jaar later vraagt van den Heuvel via advocaat - procureur J. van Doorninck goedkeuring aan voor de nieuw opgemaakte statuten van de vereniging. Op 27 september 1956 ontvangt de VWP de officiële bevestiging dat de statuten bij Koninklijk Besluit zijn goedgekeurd. Nog eens drie maanden later, heeft de vereniging zich op 3 december 1956 aangesloten bij de Algemene Hengelaars Bond. De AHB telt dan reeds 82.000 geregistreerde sportvissers, terwijl het zieltogende CNHV het dan met slechts 18.000 leden moet doen.

De zestiger jaren
Begin jaren zestig weet de VWP grote delen van de polder Beyerse en de Benedenkerkse Weg in Stolwijk te pachten als viswater. Dit brengt het totaal oppervlak aan gepacht viswater op ruim duizend hectare. In 1964 vertoont het ledenbestand een lichte stijging met 448 leden, die jaarlijks ƒ 13,50 contributie betalen. Tijdens de zeer strenge winter van 1963 stelt de VWP alles in het werk om massale vissterfte te voorkomen. Op kritieke plaatsen hakt men grote wakken in het ijs en aan de Ringvaart voorziet men de visstand zelfs van extra zuurstof. Achteraf blijkt alles mee te vallen zoals onder meer blijkt uit een paar meldingen van gevangen monsterkarpers in de daarop volgende zomer. Het gaat om een 23 ponds spiegelkarper van dhr. Avontuur en een zware schubkarper van dhr. H. Verzijl, eigenaar van een hengelsportzaak in de St. Anthoniestraat. Beide vissen werden buitgemaakt in de Putten langs de Goejanverwelledijk. Ook dhr. B. Wassenaar weet enige jaren later een 20-plusponds karper te landen uit hetzelfde water.

Een ander opmerkelijk gegeven in 1963 is het wekelijks gaan sportvissen in verenigingsverband binnen de VWP. Men gaat van start met een twintigtal leden, die onderling wedstrijden vissen aan de oevers van o.a. de Gouwe en de Breevaart.

Veel aandacht is er in 1966 voor het 40-jarig jubileum van de VWP. In de Goudsche Courant verschijnt een artikel met de vetgedrukte kop: “VWP al 40 jaar in de hengelsport ’n begrip.”

Mede oprichter van de vereniging dhr. J.Bennis wordt vanwege zijn jarenlange verdiensten benoemd tot ere-voorzitter van de VWP. Op vrijdag 22 april 1966 is er voor bestuur en genodigden een feestelijke receptie in hotel Central op de Markt. Speciaal voor de leden organiseert men een week later een feestavond in zaal Kunstmin. Het programma vermeldt optredens van een aantal bekende Nederlanders, allen lid van de destijds zo fameuze ‘Club van Honderd’. De feestelijkheden worden tenslotte op 14 augustus 1966 afgerond met een groot nationaal jubileumconcours. Enkele jaren later weet de VWP nogmaals een volle zaal te trekken tijdens de algemene ledenvergadering van 1969. Tot ieders verbazing telt men in gebouw De Beursklok ruim 250 bezoekende leden, een record dat sindsdien nooit meer is benaderd. Wat pootvis betreft vinden we in dit decennium slechts een vermelding van ca. 3000 jonge snoekjes, die in 1967 zijn uitgezet in de polderwateren te Stolwijk.

De zeventiger jaren
De jaren zeventig gaan voortvarend van start als de burgemeester van Gouda dhr. P. van Dijke zich opwerpt als beschermheer van de VWP. Als dank ontvangt hij vervolgens het erelidmaatschap van de vereniging. Verder zien we vooral een gestaag groeiende concoursafdeling met een vaste kern van rond de veertig vissende leden. Aanvankelijk vist men vooral in het weekend en, gedurende het zomerseizoen, ook op de dinsdagavond. Het wedstrijdwater is sterk gevarieerd met aantrekkelijke locaties zoals bijvoorbeeld de Oude Rijn, Aarkanaal, Haarlemmer Ringvaart en de Lek bij Kinderdijk. De nationale concoursen langs de Gouwe en de Breevaart hebben inmiddels grote faam verworven. Het aantal inschrijvingen stijgt naar ruim tachtig deelnemers, waaronder zelfs concoursvissers uit Zeeland, Brabant en België.

De, vanaf 1975, jaarlijks terugkerende Kanjer kampioenschappen langs de Singels en Breevaart genieten eveneens een stormachtige populariteit onder de inwoners van Gouda.

De concoursafdeling
Tijdens een bijeenkomst in 1979 kiest de concoursafdeling haar eerste zelfstandige bestuur binnen de vereniging. Dhr. M. Amkreutz wordt benoemd tot voorzitter en vervult tevens functie van secretaris. De financiën komen onder het beheer van dhr. S. van Loon. Naast de gewone VWP contributie betaalt een concourslid nog eens vijf gulden extra aan de kas van de concoursafdeling. De toenemende belangstelling voor de concoursvisserij is zelfs zo groot, dat men omstreeks 1985 genoodzaakt is om, gedurende twee jaar, een ledenstop in te voeren. Dhr. B. Wassenaar is inmiddels gekozen tot voorzitter, terwijl de heren Amkreutz en van Loon resp. secretaris en penningmeester blijven. Het deelnemersaantal bij onderlinge concourswedstrijden blijft onveranderd op veertig leden staan. Aan het eind van elk seizoen volgt in zaal Concordia aan de Westhaven, de traditionele prijsuitreiking, tevens bingoavond met een gemiddeld aantal van ruim tachtig bezoekers. Het is binnen het kader van dit bestek onmogelijk om elk concours uitgebreid voor het voetlicht te halen. Een kleine greep echter uit de beschikbare informatie leverde uiteindelijk toch een aantal leuke gegevens op.

De Paaswedstrijd vormt sinds jaren de traditionele opening van het visseizoen. In de zeventiger jaren wordt er halverwege de viswedstrijd van de Ring Gouda, verkast naar een ander visstek aan het water, iets wat in 2000 onmogelijk is. Tijdens de weekendconcoursen bespeurt men vanaf 1985 reeds een lichte voorkeur voor het op zondag vissen en sinds het midden van de negentiger jaren zijn de zaterdagwedstrijden zelfs verleden tijd. De wedstrijden tussen VWP en concoursvereniging ‘de Arnoud’ uit Noordwijk vormen tussen 1980 en 1994 een jaarlijks terugkerend fenomeen. Voornoemd concours verving de jaarlijks uitgeschreven wedstrijd van de Federatie Zuid-Holland, die omstreeks 1979 officieel werd opgeheven. Vanwege het grote aantal deelnemers aan het dinsdagavondconcours, besluit men om in de periode ’85 – ’91, te vissen met een aparte A- en B-groep. De maanden oktober en november zijn gereserveerd voor de ‘Bingowedstrijden’, gevolgd door het eendaagse ‘Boutconcours’, dat vlak voor Kerstmis wordt gevist. De naam van dit laatste concours is ontleend aan de te winnen prijzen: kippenbout!

Tot slot noemen we nog de jaarlijkse bootwedstrijd in Nieuwkoop die tot op heden nog steeds gevist wordt. Vanaf 1994 tot 2000 organiseerde de concoursafdeling in de maand april of mei een IJsselmeer-wedstrijd bij het Noord-Hollandse Andijk. Van deze wedstrijden zijn geweldige vangsten bekend van maar liefst 50 à 60 kg brasem per visser. Na 1995 constateren we een gestage daling van het ledenbestand bij de concoursafdeling. Vanaf 2000 tot 2007 is het ledenbestand van de concoursafdeling redelijk constant en bestaat uit ca 20 wedstrijdvissers. Vanaf 1995 tot 2003 was de heer Hans van Ommen voorzitter, Chiel Amkreutz Secretaris en Richard Brenkman Penningmeester. Thans (2007) is de heer Cees v/d Poel Voorzitter, Chiel Amkreutz is nog steeds Secretaris en vanaf 1-1-2007 is Danny Dijkstra Penningmeester.

De concoursafdeling groeit en er is weer vraag naar meer wedstrijden, óók in de winter.

De tachtiger jaren
Om het verhaal van de VWP af te ronden, keren we nog even terug naar de jaren zeventig. Als gevolg van de reeds genoemde opheffing van de Federatie Zuid-Holland sluit de VWP zich per 1 januari 1979 aan bij Federatie van Hengelsportverenigingen ‘De Randstad’. Hiermee staat de vereniging dan tevens officieel geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging Van Sportvisserfederaties. Het drukken van visvergunningen wordt vaak uitbesteed aan derden. Maar vanaf 1979 is deze arbeidsintensieve klus gedurende 6 jaar in eigen beheer uitgevoerd. Daarna moet men toch weer aankloppen bij een drukker in Reeuwijk.

Het begin van de jaren tachtig staan vooral in het teken van een groots opgezet graskarper project in de wijk Bloemendaal dat in samenwerking met de gemeente Gouda, wordt uitgevoerd. Door overbemesting dreigen veel ondiepe sloten in de wijk Bloemendaal te verstikken onder een explosieve groei van waterplanten. Na deskundige voorlichting van de OVB. besluit men tot uitzetting van graskarper, die voornamelijk waterplanten op zijn menu heeft staan. Hiertoe wordt door de VWP eerst 465 kg grote snoek verwijderd uit de watergangen van de wijk Bloemendaal. De snoek wordt vervolgens weer uitgezet in het verenigingswater in de polder Beijerse en de Stolwijkse Vaart. In eerste instantie blijkt alles goed te verlopen, totdat de sportvisser zelf roet in het eten gooit, door het illegaal transporteren van graskarper naar ander water. Hierdoor moet het hele graskarperproject als mislukt worden beschouwd. Na overleg met de gemeente Gouda wordt besloten geen graskarpers meer uit te zetten.

Markante persoonlijkheden
In 1985 wordt dhr. van Uunen (grote sponsor achter de Kanjer-kampioenschappen), benoemd tot erelid van de VWP. Nauwelijks twee jaar later valt deze eer ten deel aan notaris Moerel, die belangeloos de statuten van onze vereniging heeft aangepast. Bij het ter perse gaan van dit boek zijn de volgende namen van ereleden als zodanig bekend: dhr. Bennis (†), mr. P. van Dijke (†), dhr. G. de Jong, dhr. Vuyk (†), dhr. B. Wassenaar en de reeds eerder genoemde heren Moerel en van Uunen. In het jaar 1985 telt de vereniging 602 aangesloten leden, waarna we in 1990 voor het eerst een lichte terugloop zien naar 551 leden.

Waren het voor de oorlog vooral de bestuursleden Bennis en De Vries senior die veel voor de vereniging betekend hebben, ook na de bevrijding heeft het bestuur van de VWP een aantal grote persoonlijkheden gekend. Sommigen van hen zijn in de loop van dit verhaal al ter sprake gekomen, anderen zijn wellicht iets minder bekend. Een overzicht van de drie belangrijkste functies binnen het dagelijks bestuur levert ons de volgende gegevens:

Voorzitter:

A. van den Heuvel, vanaf 1946. H. Bulder, vanaf 1964. G. van Veen, ± 1969. B. Kers, ± 1975. M. Amkreutz, vanaf 1981 en R. Bremer, vanaf 1993, vanaf 2004 Bob van Raamsdonk en vanaf 2005 wéér Chiel Amkreutz. Sinds het najaar van 2011 is Ad van Zijl voorzitter.

Secretaris:

B.P. van den Bosch, ± 1956. A. van den Heuvel, ± 1964. Dhr. de Bruyn, 1969. P. van Hoorn, ± 1970. M. Amkreutz, 1979. G. Ploeg, 1981. H. Uittenbroek 1985, A.M.C. van Zijl 2003. Vanaf 2011 is Johan van Zijl secretaris.

Penningmeester : J. Bennis, vanaf 1946 en L. de Vries, vanaf 1949. Bob van Raamsdonk, vanaf 2001. Vanaf 2004 is Chiel Amkreutz penningmeester.

2007
De VWP is in 2007 een gezonde dynamische hengelsportvereniging met ruim 1200 aangesloten leden en een jaarlijks contributie van € 32,-. Tegen een geringe meerprijs ontvangt men bovendien elke maand het officiële maandblad van Sportvisserij Nederland; ‘Het Visblad’. De vereniging beschikt over een grote hoeveelheid viswater, dat voor elk type sportvisser wel iets interessants te bieden heeft. Polderwater in de gemeente Stolwijk voor de snoekvissers, de Putten langs de Goejanverwelledijk te Gouda voor de karpervisser, de Ringvaart van de Zuidplaspolder voor voorn- en brasemvissers en het stadswater van de gemeente Gouda voor de recreatievisser.

De vereniging is actief op het gebied van de Jeugdopleiding, het visstandbeheer in de gemeente Gouda en bij het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en Rijnland. Een groot aantal controleurs, onder leiding van onze hoofcontroleur de heer Henk Koster, waakt over het met zorg opgebouwde visstand en treedt zonodig handelend op tegen zwartvissers. De vereniging beschikt over een container met daarin een trailer met visboot en visbenodigheden om in geval van calamiteiten te kunnen uitrukken. De vereniging beschikt over een BOA (Buitengewoon OpsporingsAmbtenaar) en heeft uitstekende contacten met de politie en de ambtenaren van de gemeente Gouda.

De VWP is lid van de Federatie Zuidwest Nederland die aangesloten is bij Sportvisserij Nederland. In 2006 is de VWP samen met de Mooi Weer Vissers uit Stolwijk en de 's-Gravenhaagse Hengelsportvereniging toegetreden tot het samenwerkingsverband "Sportvisserij Groene Hart".

Bij inschrijving ontvangt elk nieuw lid een vispas waarmee in vele wateren in geheel Nederland gevist kan worden. Tevens ontvangt een nieuwe lid óók het viswaterboekje van de vereniging én het viswaterboekje van de 's-Gravenhaagse Hengelsportverniging.

Leden van de VWP die zich ook in de praktijk verdienstelijk willen maken, kunnen op kosten van de vereniging een cursus jeugdbegeleider, visstandbeheer volgen bij Sportvisserij Nederland.

De VWP vanaf 2013

Vanaf 2013 is de VWP niet langer een zelfstandige vereniging maar maakt als "afdeling Viswaterpachting Gouda" onderdeel uit van de 's-Gravenhaagse Hengelsport Vereniging (GHV). Door deze wijziging komt het viswater van de GHV, maar ook van Groot Rotterdam en Sportvisserijbelangen Delfland, beschikbaar voor de leden van de VWP.